Dreadlock en Muts

dreadlockAan de bushalte staan hopen tieners, de school is net uit. Een honderdtal meter verderop, op het voetpad, stappen twee jongens, een met dreadlocks, de andere met een zwarte muts. Ze dragen een rugzak. Als ik hen nader, gaat de dreadlock achterwaarts lopen. Hij strekt zijn arm en steekt zijn duim op. Ik vertraag. Hij kijkt me aan en lacht. Het is een mooie lach.
Ah, waarom niet? Ik zou ook niet op een overvolle bus willen stappen. Ik stop de auto langs de kant van de weg, de twee lopen naar me toe.
Dreadlock opent de passagiersdeur en kijkt me met vragende ogen aan. ‘Rijdt u naar het centrum?’
Ik knik.
‘Mogen we mee?’
‘Zou ik anders stoppen?’
Hij lacht, klapt de stoel naar voren en doet teken aan de jongen met de muts dat hij achterin moet zitten. Even later rijden we terug de weg op.
‘Dank u, mevrouw,’ zegt Dreadlock.
Die ‘mevrouw’ is er te veel aan, maar die jongen wil enkel vriendelijk doen natuurlijk.
‘Wonen jullie in het centrum?’ vraag ik.
‘Nee, Destelbergen. Maar we nemen straks vanuit het centrum de bus naar huis. Eerst gaan we iets drinken.’
Hij en zijn vriend moeten een jaar of zeventien zijn. Dat maakt mij twintig jaar ouder. Geschift is dat, hoe de tijd voorbij raast.
‘Heb jij die taak voor Frans al gemaakt?’ vraagt Dreadlock aan Muts.
‘Nee, moet ik vanavond nog doen.’
Dreadlock tikt met zijn vingers mee op de muziek. Ze draaien iets van Pearl Jam, iets van twintig jaar geleden, blijkbaar valt dat bij tieners nog steeds in de smaak. Interessant. Ik moet lachen, die snotapen gebruiken mij, zoals ik dat ook heb gedaan, op hun leeftijd. Zo’n chauffeur zie je dan puur als middel om vlot en gratis van plek a naar plek b te rollen.
‘Waar moeten jullie eruit?’
‘Moet je langs Sint-Jacobs passeren?’ Hij heeft vriendelijke ogen.
‘Nee, maar ik rij wel even om.’
Hij knikt, lijkt het vanzelfsprekend te vinden, misschien is het dat ook. Grappig.
Enkele minuten nadat we ons over het ronde punt aan de Dampoort gewurmd hebben, stop ik aan de bushalte bij Sint-Jacobs.
‘Merci! Tot ziens!’ Dreadlock schenkt me een laatste glimlach.
Muts stapt uit, ook hij lacht naar me. Ik rij weg, ze zwaaien me even na en lopen dan de straat over. In de achteruitkijkspiegel zie ik hen de deur van een café openduwen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s