Fatale hitte

barbara_dehasque_wacko
Foto: © Barbara Dehasque

Ik zet het droogrek over de varen. Oppassen dat ik Wacko niet raak. Ze ligt onder de varen te maffen. Ik gooi een wit zeil over het rek.
Een dagelijks ritueel, sinds een maand.
De varen is nog maar een schim van wie hij was: een grote, groene, gezonde schaduwplant. Nu oogt hij frêle en bruinig. Op sterven na dood. Geen idee waarom ik nog elke dag met dat rek loop te klungelen.
Wacko strekt haar mollige lijfje en kreunt chagrijnig. Het droogrek steelt haar zon. In haar dikke pels ligt ze hier altijd in die temperaturen van boven de dertig te bakken.
Ze kreunt nog eens, heel stil. Haar ogen zijn spleetjes. Het lijkt alsof ze net zo hard afziet als die varen. Maar zij heeft een keuze. Binnen, in de hal, kan ze op de frisse tegelvloer neerploffen.
Onze stadstuin is begrensd door twee muren van vijf meter hoog. Niemand kan hier binnengluren. Tegen de muren kleeft klimop en bloeit een wingerd. Maar de zon mikt een vijftal uur per dag haar vuurstralen pal op mijn favoriete plant: de varen.
Ik ga in de schaduw liggen, op de grond. Mijn hersenen koken in mijn schedel. Wacko richt haar kop op, enkele centimeters, en kijkt in de richting van het dak. Ze begint het typische geluid uit te stoten dat katten maken als ze een vogel zien. In dit geval een tortelduifje. Ze blijft zo nog even verder mekkeren, liggend op haar zij, en laat haar kop dan weer loom zakken.
Die varen valt niet meer te redden. Ik duw me met de nodige moeite recht en waggel naar binnen.